Duidelijke regionale verschillen in duurzaamheid tussen woningcorporaties

24-01-2018 0 reacties

Eind 2017 heeft BNG Bank haar tweede duurzame social housing bond ten behoeve van de financiering van de woningcorporatiesector uitgegeven. Uit het door Telos ontwikkelde raamwerk blijkt dat de woningcorporaties in Oost-Nederland aanzienlijk hoger scoren op duurzaamheid dan in West-Nederland.

De interne duurzaamheid (kenmerken van het hoofdkantoor en de wooneenheden) blijkt hoger te scoren bij wooncorporaties in het oosten van het land, wat niet opgaat voor de externe duurzaamheid (kenmerken van de wijken waarin de wooneenheden zijn gelegen).

De BNG Bank bracht op 7 december 2017 voor de tweede keer een duurzame obligatie op de markt voor de wooncorporatiesector. Met deze obligatie wil de BNG Bank de stimulans aan duurzaamheid in de corporatiesector verder versterken, daarbij aansluitend op de steeds groter wordende behoefte bij (internationale) kapitaalverschaffers aan duurzame beleggingen met een sociale impact.

Met de tweede obligatie werd 750 miljoen US dollar opgehaald, die wordt gebruikt voor leningen aan op duurzaamheid relatief hoog scorende 91 wooncorporaties. Daarbij worden de scores niet in absolute zin met elkaar vergeleken maar op basis van tien verschillende typen corporaties (onderscheiden naar grootte, type bezit en ouderdom van het bezit).

Opnieuw blijkt: middelgrote corporaties vertonen de hoogste duurzaamheidscore en dit geldt ook voor corporaties met het nieuwste bezit 

Verschillen in beeld
Wanneer wooncorporaties op basis van duurzaamheid met elkaar worden vergeleken spelen verschillende aspecten een rol, zoals: hoe wordt de duurzaamheid in kaart gebracht en welke factoren zijn van invloed op de uitkomsten?

In een eerder artikel voor B&G Magazine zetten wij uiteen dat Telos de duurzaamheid in beeld brengt op basis van enerzijds de interne duurzaamheid (de milieu, sociale en economische kenmerken van het hoofdkantoor en de wooneenheden, evenals de interne bedrijfsperformance) en anderzijds de externe duurzaamheid (de milieu, sociale en economische kenmerken van de wijkomgeving van de wooneenheden). Dit gebeurt aan de hand van 83 indicatoren die worden ontleend aan publiek beschikbare bronnen afkomstig van Aedes, CBS, etc. In laatstgenoemde publicatie is aangetoond dat vooral middelgrote woningcorporaties gemiddeld het beste scoren op duurzaamheid. 

Voor de tweede woningcorporatie obligatie is langs dezelfde lijnen met de nieuwste gegevens een duurzaamheidsraamwerk opgesteld.  Op basis hiervan kwam opnieuw naar voren dat middelgrote corporaties de hoogste duurzaamheidscore vertonen en dat dit tevens geldt voor corporaties met het nieuwste bezit, zoals figuren 1 en 2 laten zien. 


Figuur 1. Duurzaamheidscores naar corporatiegrootte, rapportagejaar 2017. 

 


Figuur 2. Duurzaamheidscores naar leeftijd bezit, rapportagejaar 2017. 

 

In het raamwerk voor de tweede wooncorporatie obligatie is tevens aangegeven of er regionale verschillen zijn tussen wooncorporaties. Hieronder wordt dit nader uitgewerkt.

Regionale verschillen in beeld
Om een indruk te krijgen van regionale verschillen tussen de duurzaamheidsscores van woningcorporaties is op basis van de vestigingsplaats van het hoofdkantoor en een geografische  groepering op basis van de economisch homogene regios,de zogenaamde COROP gebieden, een overzicht van de uitkomsten gemaakt. Figuur  3 toont het landelijke beeld voor de regionale verdeling van de totaal scores. De getallen in de figuur geven aan hoeveel hoofdkantoren zich in het desbetreffende COROP-gebied bevinden.


Figuur 3. Regionale verdeling (op basis COROP gebieden en vestiging hoofdkantoor) van de totale duurzaamheidscore van wooncorporaties voor 2017

 

Het valt op dat de wooncorporaties met de relatief lage duurzaamheidscores in het zuidwesten en noordoosten van het land te vinden zijn. In het midden en oosten komen de corporaties met de hogere scores voor. Wanneer op het niveau van de interne en de externe duurzaamheid wordt gekeken, worden de verschillen nog pregnanter. Zie figuur 4.


Figuur 4. Regionale verdeling (op basis COROP gebieden en vestiging hoofdkantoor) van de interne en externe duurzaamheidscores van wooncorporaties voor 2017 

Het beeld bij de externe duurzaamheid komt redelijk overeen met het hiervoor getoonde landelijke beeld. Maar bij de interne duurzaamheid treedt een scherpe polariteit tussen het westen en oosten van ons land naar voren. De wooncorporaties in Oost-Nederland scoren aanzienlijk hoger op interne duurzaamheid dan in West-Nederland. Daarbij springen vooral de regio’s rondom Amsterdam en Rotterdam in negatieve zin het oog.

De woningcorporaties in Oost-Nederland scoren aanzienlijk hoger op interne duurzaamheid dan in West-Nederland

Uit statistische analyse (tabel 1) blijkt dat de lagere scores op interne duurzaamheid significant samenhangen met een hogere woningdichtheid (aantal woningen per km2), meer ouder bezit en relatief grote woningcorporaties. De lagere scores voor interne duurzaamheid bij wooncorporaties met hun hoofdkantoor in Amsterdam en Rotterdam en omstreken kunnen dus samenhangen met  hogere woningdichtheid en meer oud bezit en daarmee samenhangende duurzaamheidskenmerken. 

Tabel 1. Correlaties van enige kenmerken van woningcorporaties en hun score op interne duurzaamheid 

Kenmerk

Correlatie met interne duurzaamheidscore

Grootte corporatie

  -0.33 *

Leeftijd bezit

 - 0.39 *

Woningdichtheid

 -0.52 **

Statistische significantie:  *= p<0.05. **=p<0.01

 

Bastiaan Zoeteman & Rens Mulder

Artikel geschreven voor B&G magazine

 

0  reacties