Monitor Sociale Veerkracht 2018

22-03-2018 0 reacties

De Monitor Sociale Veerkracht 2018 laat zien dat niet iedere Brabander even veel vermogen heeft om met veranderingen om te gaan. Vooral in de regio West-Brabant, waar het aandeel niet veerkrachtige burgers het grootst is. Inwoners van Noordoost-Brabant zijn doorgaans veerkrachtiger.

Twee jaar na het verschijnen van de eerste Monitor Sociale Veerkracht, is de tweede editie van dit onderzoeksrapport verschenen.  De monitor, gemaakt door Telos en Het Pon samen in opdracht van de provincie Noord-Brabant, biedt onder meer cijfers over hoe het staat met sociale veerkracht van Brabanders en de ruimtelijke spreiding daarvan. Daarnaast laat de monitor zien wat kenmerken zijn van veerkrachtige en minder veerkrachtige Brabanders.

Sociale veerkracht is inmiddels zowel landelijk als internationaal een wijdverbreid begrip dat in veel verschillende velden wordt gebruikt. Dit is interessant, maar maakt het werken met en aan veerkracht tenminste om drie redenen ingewikkeld. Ten eerste is het soms onduidelijk waar het bij sociale veerkracht over gaat. Gaat het bijvoorbeeld vooral om weerbaarheid of juist om flexibiliteit? Ten tweede, omdat sociale veerkracht moeilijk grijpbaar is, is het ook iets dat lastig direct beïnvloedbaar is. Het werken aan sociale veerkracht gebeurt dan ook vaak niet rechtstreeks maar via andere factoren zoals vertrouwen. Ten derde, werken met en aan sociale veerkracht kan betrekking hebben op het niveau van het individu, een groep of de samenleving in zijn geheel. In het eerste geval heeft veerkracht te maken met jezelf redden in de samenleving. Als het gaat om de veerkracht van een groep kun je denken aan een specifieke groep mensen, zoals bewoners van een bepaalde wijk of een specifieke sociale groep zoals jongeren. Op een nog breder niveau gaat het niet enkel om individuele situaties of lokale of doelgroep-specifieke vraagstukken, maar om maatschappelijke vraagstukken waar (alle) Brabanders mee te maken krijgen, zoals vergrijzing of energietransitie.


Figuur 1. Aandeel niet veerkrachtige burgers per gemeente.

Veerkracht is nodig om met elkaar vraagstukken op te pakken. In de veranderende verhoudingen tussen de overheid en burgers wordt steeds meer verwacht dat burgers meedenken, meedoen en zelf doen. Deze tendens is niet nieuw. Burgers worden steeds mondiger en geven aan (deels) zelf te willen sturen. Tegelijkertijd vraagt de overheid binnen de participatiesamenleving dat burgers steeds meer regie nemen over hun eigen leven en daarnaast ook klaar staan voor anderen. Zorgen voor jezelf en voor anderen, ofwel zelf- en samenredzaamheid, zijn dan ook centrale pijlers

Download Monitor Sociale Veerkracht 2018

0  reacties